Hoortoestel
Hoortest
De KNO-arts onderzoekt eerst uw oor (de gehoorgang en het middenoor). Hierna volgt een hoortest. Dit gebeurt op de polikliniek KNO. U krijgt verschillende tonen en woorden te horen die u moet nazeggen.
De KNO-arts kijkt met de hoortest of u inderdaad minder goed hoort. Ook bekijkt hij of zij waardoor u minder hoort: door problemen met het middenoor of in het binnenoor (het slakkenhuis).
Als u minder goed hoort door problemen in het slakkenhuis, kan het gehoor niet met een operatie verbeterd worden. Soms kan een hoortoestel helpen. Dat ligt aan hoe erg de problemen zijn en hoe slecht u hoort. De arts kan dan een of twee hoortoestellen voorschrijven. Daarna kunt u naar de audicien gaan. U beslist zelf of u een hoortoestel wilt proberen. Want alleen u weet hoeveel last u heeft dat u minder goed hoort.
Audicien
Als u het advies krijgt een hoortoestel te proberen, verwijzen we u naar de audicien. Overleg eerst met uw zorgverzekeraar welke audicien uw hoortoestel (deels) vergoedt.
Proefperiode
U probeert een hoortoestel eerst uit. Draag het hoortoestel tijdens deze proefperiode bij voorkeur de hele dag. Ook als u alleen bent. Zo went u weer aan alle dagelijkse geluiden.
De audicien kan het hoortoestel in de proefperiode bijstellen. U kunt ook andere hoortoestellen uitproberen voordat u een keuze maakt. Als het hoortoestel niet genoeg bevalt, kunt u een nieuwe afspraak maken op de polikliniek KNO.
Resultaat
Een hoortoestel werkt niet in elke situatie even goed. In grote groepen en bij veel lawaai kan het moeilijk zijn een gesprek te volgen. Toch zult u verschil merken met een hoortoestel. U en uw omgeving zullen merken dat u beter hoort.