Kaakgewrichtsklachten 

Kaakgewrichtsklachten

Wanneer het kaakgewricht of de kauwspieren niet goed functioneren, kunnen kaakgewrichtsklachten ontstaan. Het kaakgewricht zit vlak voor het oor en zorgt ervoor dat de onderkaak kan bewegen.

 

Samen met de kauwspieren maakt het kaakgewricht bewegingen mogelijk die nodig zijn om te kauwen, praten, slikken, lachen en gapen.

Oorzaken

Kaakgewrichtsklachten kunnen verschillende oorzaken hebben, bijvoorbeeld:

  • overbelasting van de kauwspieren
  • tandenknarsen of kiezen op elkaar klemmen
  • kauwgom kauwen of nagelbijten
  • een ongeluk of operatie
  • slijtage van het kaakgewricht
  • een verkeerde beweging van de kaak

Soms ontstaan de klachten zonder duidelijke oorzaak.

Klachten

Bij kaakgewrichtsklachten kunt u last hebben van:

  • pijn in of rond het kaakgewricht
  • pijn of vermoeidheid van de kauwspieren
  • moeite met het openen van de mond
  • een knappend of krakend geluid in het kaakgewricht
  • pijn die kan uitstralen naar hoofd, nek of schouders
  • een stijf gevoel rond het kaakgewricht

Activiteiten zoals kauwen, praten, lachen, gapen of tandenpoetsen kunnen soms extra klachten geven. Deze klachten zijn meestal vervelend, maar niet gevaarlijk. Bij veel mensen nemen de klachten na verloop van tijd weer af.

Behandeling

De behandeling richt zich vooral op het ontlasten van het kaakgewricht en de kauwspieren.

Mogelijke behandelingen zijn:

  • oefeningen voor de kaak
  • fysiotherapie (orofaciale fysiotherapie)
  • pijnstillers
  • een opbeetplaatje (splint) dat de belasting van het kaakgewricht vermindert

Uw arts of fysiotherapeut bespreekt welke behandeling voor u het meest geschikt is.

Oefeningen

Het is beter om meerdere keren per dag kort te oefenen dan één keer per dag lang. Een gebruikelijk schema is ongeveer vier keer per dag oefenen. Voer de oefeningen rustig uit en herhaal ze ongeveer 10 keer. Doe de oefeningen bij voorkeur voor een spiegel, zodat u kunt zien hoe de onderkaak beweegt.

Tijdens het oefenen kan lichte pijn optreden. Dit is normaal. De pijn mag niet te hevig zijn, maar zonder enige pijn zijn de oefeningen vaak minder effectief. Hieronder staan een aantal voorbeelden:

Scharnieroefeningen

Doel: controle krijgen over het openen van de mond zonder dat de kaakkop naar voren schuift.

  • Leg de middel- en wijsvinger vóór het oor, op de plek van het kaakgewricht.
  • Plaats de tong tegen het gehemelte, zo ver mogelijk achter in de mond.
  • Open de mond terwijl de tong tegen het gehemelte blijft.
  • U kunt de onderkaak ondersteunen door uw elleboog op tafel te plaatsen en met de andere hand zachtjes tegen de kin te drukken.

Als u deze oefening goed uitvoert, voelt u tijdens het eerste stukje openen (ongeveer 2 cm) geen beweging van de kaakkop naar voren.

Wanneer dit goed gaat, kunt u de tong iets verder naar voren tegen het gehemelte plaatsen.

Draadoefeningen

Doel: leren om de mond recht te openen en sluiten.

  • Zet met een afwasbare viltstift één stip op de neuspunt en één op de kin.
  • Hang een donker draadje recht naar beneden voor een spiegel.
  • Ga zo voor de spiegel zitten dat beide stippen op het draadje staan.
  • Open en sluit de mond een stukje terwijl de stip op de kin op de lijn blijft.

Wanneer dit goed gaat, kunt u de mond iets verder openen. Open de mond echter niet heel wijd.

Kurkoefeningen – rolbeweging

Doel: verbeteren van de zijwaartse beweging van de onderkaak.

  • Neem een kurk van een wijnfles en teken een pijl op de onderkant.
  • Plaats de kurk tussen de snijtanden, met de pijl omhoog.
  • Beweeg de onderkaak van links naar rechts.

Probeer de pijl tijdens de beweging even ver naar links als naar rechts te laten wijzen.

Kurkoefeningen – schuifbeweging

Doel: verbeteren van de voorwaartse beweging van de onderkaak.

  • Plaats een kurk tussen de snijtanden.
  • Laat de kurk naar voren wijzen.
  • Beweeg de onderkaak naar voren.

Als u het goed doet, ziet u de kurk iets omhoog bewegen.

Tongspatel-oefeningen – schuifoefeningen

Doel: verbeteren van de schuifbewegingen van de onderkaak.

  • Plaats een tongspatel plat tussen de snijtanden.
  • Houd de spatel met één hand vast.
  • Beweeg de onderkaak zijwaarts, even ver naar links als naar rechts.
  • Houd de kaak telkens kort in de eindstand.
  • Beweeg daarna de onderkaak naar voren en weer terug.

Tongspatel-oefeningen – rekoefeningen (methode 1)

Doel: vergroten van de mondopening.

  • Plaats een stapeltje tongspatels tussen de voortanden.
  • Kies een aantal spatels waarbij u net geen hevige pijn voelt.
  • Houd dit ongeveer 5 seconden vast.
  • Voeg daarna één extra spatel toe en herhaal dit.

Stop wanneer de pijn te hevig wordt. Noteer per dag het maximale aantal spatels.

Tongspatel-oefeningen – rekoefeningen (methode 2)

Doel: vergroten van de mondopening.

  • Plaats de middelvingers achter de hoektanden van de onderkaak.
  • Plaats de duimen achter de hoektanden van de bovenkaak.
  • Maak een schaarbeweging om de mondopening voorzichtig te vergroten.

Er kan lichte pijn optreden, maar deze verdwijnt meestal snel.

Massage van de kauwspieren

Doel: verminderen van pijn en stijfheid van de kauwspieren.

  • Masseer met de linkerduim de rechterkauwspier en met de rechterduim de linkerkauwspier.
  • Beweeg de duim langs de kiezen van de onderkaak naar achteren.
  • Ga daarna iets naar buiten, richting de wang.

Om te controleren of u de juiste plek heeft:

  • bijt zachtjes dicht
  • u voelt dan de kauwspier tegen uw duim aanspannen

Beweeg de duim vervolgens ongeveer vijf keer van boven naar beneden over de spier. Herhaal dit daarna aan de andere kant.

Adviezen en nazorg

Om de klachten te verminderen is het belangrijk om de kaakgewrichten en kauwspieren rust te geven. Dat betekent: niet te zwaar belasten, maar wel blijven bewegen.

De volgende adviezen kunnen helpen:

Mondbewegingen

  • Vermijd het wijd openen van de mond.
  • Ondersteun uw onderkaak wanneer u moet gapen.
  • Als u eet, gebruik dan niet uw voortanden om iets af te bijten.
  • Probeer uw mond recht te openen en sluiten.

Eten

  • Gebruik liever zacht voedsel zoals pasta, rijst, puree of yoghurt.
  • Vermijd hard of taai voedsel zoals harde broodjes, noten of taai vlees.
  • Neem kleine hapjes.

Gewoonten

  • Vermijd kauwgom kauwen.
  • Stop met nagelbijten of bijten op pennen.
  • Probeer tandenknarsen of klemmen te verminderen.

Pijn verminderen

  • Bij spierpijn kunnen warme kompressen helpen. Plaats deze 20 minuten lang op uw kauwspier. Dit kunt u meerdere keren per dag doen.
  • Bij pijn in het kaakgewricht kan koelen soms verlichting geven. Plaats afwisselend één minuut lang het ijsklontje op het kaakgewricht en haal het vervolgens weer helemaal eraf. Herhaal deze oefening een aantal keer terwijl u uw mond rustig tot halverwege opent en sluit.

Contact opnemen

Neem contact op met uw arts of kaakchirurg als:

  • de klachten steeds erger worden
  • u uw mond steeds minder ver kunt openen
  • de klachten lang blijven bestaan

Contact