Kinderlongfunctie

Zo veel en zo hard mogelijk blazen

Kinderlongfunctie

De kinderarts wil weten hoeveel lucht je in je longen hebt. En of je die lucht goed kunt gebruiken. Daarom gaan we een onderzoek doen. Daarbij ga je zo veel mogelijk en zo hard mogelijk blazen. Zo kunnen we uitzoeken waar je klachten vandaan komen. Waarom je bijvoorbeeld benauwd bent of piept of hoest.

 

De kinderarts vraagt één of meer testjes aan. Dat ligt aan welke klachten je hebt. De testjes doen geen pijn. Je kunt er wel moe van worden.

Voorbereiding

Medicijnen

  • Gebruik je thuis medicijnen voor je longen (puffers)? Dan laat de kinderarts je weten of je daar voor het onderzoek even mee moet stoppen.
  • Gebruik op de dag van het onderzoek geen ventolin (salbutamol), tenzij het echt niet anders kan. Je mag ons ook bellen om te overleggen.

Dag van het onderzoek

  • Trek kleren aan die niet zo strak zitten. Dat blaast makkelijker.
  • Voordat we beginnen, kijken we hoe lang je bent en hoeveel je weegt.
  • Uiteraard mag papa, mama of je verzorger mee naar het onderzoek.

Wanneer het onderzoek niet kan doorgaan

  • Als je ziek bent is het beter het onderzoek af te zeggen. Bijvoorbeeld als je flinke koorts hebt. Je ouders of verzorgers kunnen bellen om een nieuwe afspraak te maken.
  • Als je benauwd bent, hoef je de afspraak niet af te zeggen. Bij twijfel mag je altijd even bellen naar de longfunctieafdeling.

Onderzoek

Voor het onderzoek krijg je een mondstuk in je mond. Dat zie je op de foto. Dat mondstuk zit vast aan een computer. Ook krijg je een knijpertje op je neus. Zo kun je niet stiekem door je neus ademen.

Bij het onderzoek laten we je een aantal blaastestjes doen. Daarvoor hebben we op de computer ook leuke spelletjes. Bijvoorbeeld kaarsjes uitblazen of bowlen. De belangrijkste oefeningen zijn:

  • helemaal uitblazen en dan zo diep mogelijk inademen
  • heel diep inademen en dan zo hard mogelijk uitblazen

Onderzoek met medicijnen

Soms geven we tijdens het onderzoek ook medicijnen. Die worden luchtwegverwijders genoemd.

  1. We doen het onderzoek eerst zonder dat je medicijnen hebt gebruikt.
  2. Na het blazen geven we je een aantal pufjes van een medicijn. Meestal is dit ventolin (salbutamol).
  3. Je moet ongeveer 15 minuten wachten. Het medicijn gaat dan werken.
  4. Daarna mag je nog een keer blazen. We kijken dan of je meer lucht hebt.

Het is voor dit onderzoek belangrijk dat je zelf in de acht uur voor het onderzoek geen salbutamol (ventolin) neemt. Tenzij je hierover iets anders hebt afgesproken met de kinderarts.

Onderzoek benauwdheid

We kunnen ook onderzoeken hoe snel je kortademig wordt of moet hoesten. Je ademt daarvoor een paar keer methacholine in via het mondstukje. Methacholine is een stof waarvan je een beetje benauwd kunt worden. Na het inademen van de stof moet je opnieuw blazen. In het ziekenhuis noemen we dit onderzoek ook wel een ‘inhalatie provocatietest methacholine’.

Als je een beetje benauwd wordt, krijg je meteen een medicijn. Dat maakt je minder benauwd of zorgt dat je minder hoest.

Na het onderzoek

Uitslag

Tijdens het onderzoek slaat de computer alle gegevens op. Je krijgt nog niet meteen te horen hoe het is gegaan. De uitslag sturen we naar de kinderarts. Die bespreekt de uitslag met jou en je ouders of verzorgers. Dat doen jullie als je weer naar de polikliniek Kindergeneeskunde komt.

Contact