Nierbiopsie met echo (bij nierziekte)
Voorbereiding
- U mag twee uur voor het onderzoek niet eten, drinken en roken.
- Krijgt u uw onderzoek in de ochtend? Dan mag u licht ontbijten: één beschuit met jam of honing en één kop thee.
- Krijgt u uw onderzoek in de middag? Dan mag u voor het ontbijt en de lunch één beschuit met jam of honing en één kop thee nemen.
- U wordt in ieder geval één dag opgenomen op de verpleegafdeling. Na de ingreep moet u namelijk een tijdje op bed blijven. Zo kunnen we u ook goed in de gaten houden. De arts bespreekt met u of u een nachtje moet blijven of dat u later op de dag naar huis kunt.
- Voor het onderzoek brengt de verpleegkundige een waakinfuus in. Dit is een plastic buisje dat in de onderarm blijft zitten tot u weer naar huis gaat.
Belangrijk
- Gebruikt u antistollingsmedicijnen (bloedverdunners)? U moet hier tijdelijk mee stoppen voor de ingreep, dit bespreekt uw arts met u.
- Andere medicijnen mag u gewoon innemen. Eventueel met een slokje water.
- Laat het ons weten als u (misschien) zwanger bent. Als u probeert zwanger te worden, weet u alleen de eerste tien dagen na de ongesteldheid zeker dat u het niet bent.
Wat zijn mogelijke risico’s?
Een nierbiopsie met echo is over het algemeen veilig. Toch kunnen er complicaties optreden, vooral bloedingen.
Bloed in de urine
- Komt het meest voor
- Vaak alleen zichtbaar in het laboratorium
- Bij 2 tot 10 van de 100 mensen is de urine tijdelijk rood
- Dit stopt meestal vanzelf binnen een paar dagen
Bloeding waarvoor behandeling nodig is
- Bij minder dan 1 tot 2 van de 100 mensen
- Soms is een bloedtransfusie nodig
- Heel zelden is een extra ingreep nodig om een bloedend bloedvaatje te sluiten
Verwijderen van de nier
- Zeer zeldzaam
- Minder dan 1 op de 1.000 mensen
- Alleen als een bloeding niet anders te stoppen is
Overlijden
- Uiterst zeldzaam
- Minder dan 1 op de 10.000 mensen
- Vooral bij mensen die al ernstig ziek zijn
Zo houden we de risico’s zo klein mogelijk
- We controleren vooraf uw bloeddruk en bloedstolling
- We bespreken of u tijdelijk moet stoppen met bepaalde medicijnen
- Het onderzoek gebeurt onder echo-geleiding
- Na de biopsie houden we u goed in de gaten
Onderzoek
Een radioloog doet het onderzoek. Hij of zij wordt geholpen door een laborant. Voor een nierbiopsie maken we gebruik van echografie. Voor het onderzoek krijgt u soms een operatiehemd aan.
- Zorg dat de plek waar we gaan prikken en de ruimte daaromheen bloot zijn.
- Met echografie brengen we de plek waar we de punctie doen in beeld met ultrageluidsgolven. U krijgt daarvoor wat echogel op uw huid.
- De radioloog strijkt met het echoapparaat over de huid. Zo zoeken we de precieze plek op om te prikken.
- We desinfecteren de huid waar we gaan prikken met alcohol.
- De radioloog geeft u eerst een prik met de verdovende vloeistof. Die kan wat branderig voelen.
- Met een klein mesje maakt de radioloog een sneetje in de huid. Door de verdoving voelt u hier niets van.
- De radioloog gaat daarna met een naald naar binnen. Die naald zit op een speciaal systeem waarmee we een stukje weefsel kunnen weghalen. Bij het inbrengen van de naald kunt u even een scherpe pijn voelen.
- Bij het wegnemen van een stukje weefsel hoort u een klik. Misschien voelt u van binnen een tikje. Meestal nemen we meerdere stukjes weefsel weg op dezelfde plek.
- Na het onderzoek krijgt u een verband op de plek waar de naald naar binnen ging.
Na het onderzoek
We brengen u na de nierbiopsie naar de verpleegafdeling. Daar blijft u enkele uren liggen ter controle. De verpleegkundige meet bij u de eerste tijd een paar keer de bloeddruk en polsslag en controleert het wondje. U kunt nog wat pijn hebben. Bijvoorbeeld een pijn die uitstraalt naar de rechterschouder. Heeft u pijn of een nabloeding? Waarschuw de verpleegkundige van de afdeling.
Als het goed met u gaat, halen we het infuus uit uw arm. Dan kunt u weer naar huis. Het kan zijn dat de arts die u behandelt anders beslist en u een nachtje in het ziekenhuis moet blijven.
De uitslag
Meestal is de uitslag van het laboratoriumonderzoek na een week bekend. De uitslag gaat naar de arts die het onderzoek voor u heeft aangevraagd. Die bespreekt de uitslag met u.
Mogelijke problemen
Na de punctie kunt u last hebben van wat pijn en een blauwe plek. U kunt hier een ijszak voor gebruiken. Leg de ijszak niet direct op de blote huid. Doe er bijvoorbeeld een theedoek of kledingstuk tussen.
Wanneer moet u contact opnemen?
Neem direct contact op met de Spoedeisende hulp (T 088 753 1 753) als u na thuiskomst:
- veel of aanhoudend rood bloed plast
- steeds meer pijn krijgt in uw zij of buik
- duizelig wordt of zich niet goed voelt
- koorts krijgt