Positie-duizeligheid

BPPD

Positie-duizeligheid (BPPD)

Bij positie-duizeligheid (BPPD) wordt u duizelig na een beweging van het hoofd. Bijvoorbeeld als u zich omdraait in bed, voorover bukt of naar boven kijkt. Of als u het hoofd draait om over uw schouder te kijken. De duizeligheid duurt maar even.

Klachten

Patiënten met BPPD hebben last van duizeligheid. Ze kunnen het gevoel hebben dat ze draaien als ze hun hoofd op een bepaalde manier bewegen. Hoe sneller zij het hoofd bewegen, hoe erger de klachten zijn. De klachten duren meestal niet langer dan een minuut. Sommige patiënten zijn tijdens de duizeligheid ook misselijk of moeten spugen.

Oorzaken

Positie-duizeligheid komt door een storing van het evenwichtsorgaan in het binnenoor. In het evenwichtsorgaan zitten soort kristallen. Bij BPPD zijn deze kristallen losgekomen. Ze zitten dus niet meer waar ze moeten zitten. Als u het hoofd beweegt, bewegen de kristallen mee. Dit prikkelt het evenwichtsorgaan.

Het loslaten van de kristallen gebeurt vaak vanzelf, zonder dat duidelijke is waarom. Soms is dat wel duidelijk. Bijvoorbeeld bij een wond aan het hoofd, een (chronische) oorontsteking of als iemand lang in bed moest liggen. Het komt vooral voor bij mensen die ouder zijn dan vijftig jaar.

Onderzoek

De neuroloog vraagt naar uw klachten en doet lichamelijk onderzoek. Vaak zal de arts de duizeligheid proberen op te wekken met een test. Dit noemen we een provocatietest. Meestal is snel duidelijk dat het om BPPD gaat en is meer onderzoek niet nodig.

Behandeling

BPPD is meestal goed te behandelen. De neuroloog kan een kiep-behandeling (Epley-manoeuvre) doen. Door uw hoofd op een aantal manieren te bewegen, verplaatsen de kristallen. Die kunnen we zo naar een deel van het evenwichtsorgaan verplaatsen dat minder gevoelig is.

De duizeligheid kan binnen een paar weken tot maanden ook vanzelf weggaan. Heel soms komt de duizeligheid terug of duurt die toch langer.

 

Deze tekst is tot stand gekomen met dank aan de Nederlandse Vereniging voor Neurologie.