Trombosebeen
Een trombose is een bloedprop in een ader. Op dat moment kan het bloed er niet goed langs en zal het bloed omwegen zoeken. Dan krijgen patiënten een dik been of een dikke arm. In de buik kan het soms pijn veroorzaken. Soms hebben patiënten echter helemaal geen klachten en wordt een trombose bij toeval vastgesteld.
Oorzaken
- Spataders
- Familie met trombose
- Hormonen (zoals de anticonceptiepil, of oestrogenen in het kader van de menopauze)
- Een lange vliegreis
- Een operatie
- Bedlegerigheid
- Kanker
- Overgewicht
- Roken
Klachten
Van een klein stolsel hoeft u niets te merken. Bij grotere stolsels zijn wel duidelijke klachten mogelijk: het been zwelt en doet pijn. De huid kan strak gespannen, glanzend en rood worden.
Vooral in het begin kan een trombosebeen veel pijn doen. Probeer dan niet te lang te staan en niet zwaar te tillen. In rust kunt u het been de eerste dagen het beste hoog leggen.
Longembolie
Als het stolsel groter wordt, kunnen stukjes afbreken. Die worden dan met de bloedstroom meegevoerd. Deze bloedstolsels kunnen op een andere plek in het lichaam weer vastlopen en daar weer een ander bloedvat verstoppen. Als dit in de long gebeurt, heet dit een longembolie. U wordt dan kortademig. Ook kunt u pijn hebben als u zucht of hoest. Krijgt u hier last van? Meld dit dan altijd aan uw behandelaar.
Gevolgen voor been op langere termijn
Een stolsel dat in het been is ontstaan kan de kleppen in de beenader beschadigen. Hierdoor stroomt het bloed minder goed uit het been terug naar het hart. Het been blijft dan dikker en kan pijnlijk, moe of zwaar aanvoelen. Daar kunnen soms andere klachten bijkomen, zoals spataders of verkleuring van de huid. De medische term hiervoor is post-trombotisch syndroom. In ernstige gevallen kan dat zorgen voor een open been: een wond die slecht geneest.
Behandeling
Na de diagnose wordt u meestal kort beoordeeld op de spoedeisende hulp (SEH).
Medicijnen
De medicatie kunt u ophalen bij uw apotheek en dezelfde dag beginnen. Het is erg belangrijk dat u de medicatie dagelijks inneemt.
Zwachtels of een kous
Deze behandeling gaat door tot het been niet meer gezwollen is. Hoe lang dit duurt, is per persoon anders. Dat verschilt van één tot acht weken. Zodra het been niet meer gezwollen is, krijgt u een afspraak om een steunkous aan te meten.
Steunkous
De dermatoloog bepaalt of u een lange of een korte steunkous nodig heeft. Meestal is een korte kous genoeg. Die komt tot de knie. Als de trombose hoog in het been zat, kan een lange kous tot aan de lies soms nodig zijn.
Na de behandeling
Na 3-4 weken wordt u teruggezien op de polikliniek Interne Geneeskunde om te kijken of de behandeling goed effect heeft en om te beoordelen of er een oorzaak te vinden is. U maakt een afspraak met het laboratorium om een paar dagen voor het poli bezoek u bloed te laten prikken. Dit kan via MijnTergooi of telefonisch bij Bloedafname en Materiaalafgifte.
Na zes maanden wordt u voor controle teruggezien op de polikliniek Dermatologie. We kijken dan of u de steunkous moet blijven dragen. Soms kunt u voor de afspraak al een deel van de dag uw steunkous uitlaten. Of een hele dag, als dat goed is gegaan. U kunt dan op de afspraak bespreken wat dat deed met uw been.
Veelgestelde vragen
Mijn been/arm wordt weer dikker als ik veel inspanning verricht.
Wat kan ik doen als ik klachten houd?
- Draag elke dag uw steunkous.
- Sta niet te lang stil.
- Til geen zware dingen.
- Wandelen, fietsen, (hard)lopen en zwemmen zijn gezonde sporten, ook als u een trombosebeen heeft gehad. Meestal sport u zonder de steunkous .
Soms kunnen we ter controle nog een duplex echo-onderzoek doen. Bijvoorbeeld als u lang klachten blijft houden of als de behandelaar of dermatoloog aan spataders als oorzaak denkt.